Nacht, het thema van ons project in het voorjaar van 2005, is al door vele kunstenaars verwoord, verklankt en verbeeld en vormt nog altijd een krachtige bron van associaties. Denk aan romatiek, liefde, verlangen dromen of dood. Uit het rijke repertoire van de muziek die op één of nadere manier gaat over de nacht, kozen we voor de sprookjesachtige toneelmuziek van Mendelssohn bij Shakespeare's Midzomernachtsdroom, de liederencyclus Les nuits d'eté van Berlioz en de wals Duizend en een nacht van Johann Strauss. Het feit dat de liederen van Berlioz op muziek gezette gedichten zijn bracht het op ons idee om contact te zoeken met dichters en hen te vragen het omgekeerde te doen; gedichten schrijven op muziek of bij het thema Nacht. De dichtersgroep Woerden ging deze uitdaging aan en zo ontstond een concert waarbij muziek en dichtkunst elkaar afwisselden.
Soliste: Helmi Verhoeven, zang
Dirigent: Haiko Boonstra
Samenwerking: Dichtersgroep Woerdenbestaande uit Maartje van den Bosch, Marijke Donkers, Huub van Doorn, Frieda de Geest, Marja Hanko, Marcel de Roos en Gert van Spanje.
Repertoire:
Mendelssohn-Bartoldy - Midzomernachtsdroom
Berlioz - Les nuits d'eté
Strauss - Wals Duizend en een nacht
Het elfenrijk
Het woud herbergt een Elfenrijk
waar ik graag blindelings in kijk
ze zijn zo geestig, elfen.
Zij schommelen op een espenblad
en nemen vaak een maanlichtbad
omtrent de klok van elven.
Eens, op een maandagnacht in mei
liep er een violist voorbij,
mocht in hun vreugde delen.
Hij bleef bij hen de hele nacht,
had balk en sleutels meegebracht
en noten om te spelen.
De elfjes gingen uit hun dak,
zij kropen in zijn binnenzak
en aaiden door zijn haren.
Een danste zelfs tot aan de kam
en speelde even ram-ramram
tot schrik van alle snaren.
Dat was teveel voor onze man
hij werd er meer dan wakker van
maar hield het beeld gevangen,
van één, die met hem was begaan,
zij was mooi met haar rokje aan
zijn strijkstok blijven hangen.
Gert van Spanje
Een zomernacht
Trippelvoetjes dansen
dansen op de toetsen
van zijn geest
Het ritme zwelt
zwelt aan tot ongewenst geluid
en teistert beide oren
De oorblazer
en de paukenist
laten hem niet rusten
Traag voelt hij
de weemoed
aan zijn voeten knagen
Zacht geurende
violieren vinden
de donnk're kamer
met het open raam
Samen met de merels
tegen het ochtendgloren
rekt hij zich uit
en doet zijn lampje aan