Zomer 2026
programma
José Nuno Miranda - Hol Land (wereldpremière)
Isaac Albéniz - Souvenirs
Enrique Granados - Goyescas: Intermezzo
Manuel de Falla - El Sombrero de Tres Picos
Georges Bizet - Carmen Suite II
Isaac Albeniz - Serenata Espagnola

Isaac Albéniz (1860-1909) – Espagne (Souvenirs) & Serenata Espagnola
De Spaanse componist, pianist en dirigent Albéniz schreef de meeste van werken voor zijn eigen instrument, de piano. Hij baseerde zich daarbij op de volksmuziek uit zijn land, vaak die voor gitaar met zang.
Vreemd genoeg schreef hij zelf niets voor gitaar. Maar bij gitaristen zal hij zeker bekend zijn. De vele transcripties en arrangementen van zijn muziek voor dat instrument, met name die van zijn vriend en gitarist Francisco Tarrega, vormen een belangrijk deel van het repertoire voor klassieke gitaar.
Espagne (1899) bestaat uit 2 delen en is oorspronkelijk voor piano geschreven. Dirigent Pedro López López arrangeerde het voor symfonieorkest. De dromerige Prélude wordt gevolgd door Asturias, gebaseerd op muziek uit de gelijknamige streek in noord-west Spanje.
De Serenata Espagnola (1890) is ook oorspronkelijk voor piano en werd door Albéniz zelf georkestreerd. Dit werk is gebaseerd op muziek uit de havenstad Cádiz in Andalusië, zuid-west Spanje.

Manuel de Falla (1876-1946) – El Sombrero de Tres Picos (1919)
De Spaanse componist Manuel de Falla schreef in 1916-‘17 muziek voor de theatervoorstelling El corregidor y la molinera (‘De magistraat en molenaarsvrouw’). Bij toeval was Igor Stravinsky op tournee in Spanje met de beroemde Russische impressario Sergei Diaghilev, die toestemming vroeg om de theatermuziek te gebruiken voor een ballet. De samenwerking mondde uit in ‘El Sombrero de Tres Picos’. Met De Falla en de danser Félix Fernández Garcia reisde Diaghilev door Spanje om dansers en zangers te werven voor de productie, én om vele uitvoeringen van typische Spaanse dansen bij te wonen.
Het verhaal van het ballet is gebaseerd op een novelle met dezelfde naam, geschreven door Pedro Antonio de Alarcón en gaat over een magistraat die verliefd wordt op de vrouw van de lokale molenaar.
Wij spelen de volgende delen:
-
Introducción - Een korte fanfare
-
La tarde (de middag) - De molenaar probeert een merel te leren om de tijd te tjilpen. Als hij om twee tjilps vraagt, krijgt hij er drie, dan vraagt hij om drie tjilps en krijgt er vier. Zijn vrouw is slimmer: ze geeft de vogel een druif en krijgt wel drie tjilps.
-
Danza de la molinera (Fandango) & El Corregidor - de magistraat (met driepuntshoed) maakt zijn dagelijkse wandeling met zijn vrouw en lijfwacht. De molenaar besluit om een grap uit te halen. Hij laat zijn vrouw een verleidelijke dans dansen, in het volle zicht van de magistraat, terwijl hij zichzelf in de struiken verbergt.
-
Las uvas (de druiven) - Na haar dans biedt de molenaarsvrouw wat druiven aan de magistraat aan rent dan weg. De verliefd geworden magistraat achtervolgt haar, maar dan springt de molenaar uit de struik en jaagt de magistraat weg met een stok.
-
Danza de los vecinos (Seguidillas) - Later die dag heeft de molenaar gasten op bezoek, zij dansen uitbundig.
-
Danza del molinero (Farruca) - De molenaar danst voor zijn gasten, maar wordt onderbroken door de komst van de lijfwacht, die de molenaar vanwege zijn grap arresteert. De gasten vertrekken en de molenaarsvrouw gaat naar bed.
De rest van het avontuur gaat als volgt:
De magistraat gaat bij de molen op zoek naar de verleidelijke molenaarsvrouw, maar valt in de rivier. De molenaarsvrouw schrikt wakker en rent weg. Als de magistraat uit de rivier klimt trekt hij zijn kleren uit om ze te drogen. Hij verkleedt zich als de molenaar en kruipt in zijn bed. De molenaar is intussen uit de gevangenis ontsnapt en ontdekt dat de magistraat in zijn bed ligt. Hij gebruikt de kleren van de magistraat om zich te vermommen en besluit de vrouw van de magistraat te verleiden.
Als de magistraat wakker wordt kan hij zijn kleren niet meer vinden, en houdt dus die van de molenaar aan. De lijfwacht arriveert om de molenaar opnieuw te arresteren en probeert de als molenaar vermomde magistraat in de boeien te slaan. Er ontstaat een handgemeen. De molenaarsvrouw denkt dat haar man wordt aangevallen en mengt zich in de strijd. Als de echte molenaar arriveert probeert hij zijn vrouw te beschermen. De magistraat weet het gevecht uiteindelijk te stoppen en legt de situatie uit. De gasten keren terug en de magistraat wordt feestelijk in een laken op en neer gejonast.

Enrique Granados – Intermezzo uit Goyescas
Het Intermezzo uit Goyescas is een klein juweel van de Spaanse componist Enrique Granados (1867 – (1916). Oorspronkelijk geschreven als tussenspel in zijn gelijknamige opera, groeide het uit tot een van zijn meest geliefde werken. De muziek ademt de sfeer van het achttiende-eeuwse Spanje zoals afgebeeld in de schilderijen van Francisco Goya: elegant, verfijnd en tegelijk doordrenkt van melancholie. Een warme, zingende melodie ontvouwt zich boven een zacht wiegende begeleiding, alsof een herinnering langzaam tot leven komt. Zonder grote dramatiek of virtuositeit weet Granados met eenvoudige middelen een wereld van nostalgie, schoonheid en weemoed op te roepen. Een moment van verstilling midden in het concertprogramma.

José Nuno Miranda - HOL LAND – wereldpremière van onze artist in residence
De jonge componist en hoornist José Nuno Miranda (Braga, Portugal, 2004) is dit jaar artist in residence bij het Ad Hoc Orkest. In januari soleerde hij in het prachtige hoornconcert van Rheinhold Glière. Deze zomer spelen wij het spektakelstuk Hol Land, dat hij speciaal voor ons gecomponeerd heeft
‘Laat je niet misleiden’, zegt Nuno, ‘want al heet het stuk Hol Land, het gaat niet over Holland, maar over Portugal.’ De compositie is geïnspireerd op één van de Drie Verhalen uit de Toekomst (Três Histórias do Futuro) van Luísa Ducla Soares.
Het verhaal begint op het moment dat de president van Portugal een nieuw metrostation opent in Lissabon. Een buitengewoon trots moment voor de bevolking van de stad en de regering van het land. Niet dat de metrolijn al voltooid is, er wordt met ondergrondse boormachines nog druk gegraven om van de ene kant dwars onder het centrum door de andere kant van de stad te bereiken.
Volslagen onverwacht stuit de boormachine op een niet-ontdekte voorraad aardolie. Het reservoir is opengereten en met veel misbaar borrelt en spuit het vettige zwarte goedje naar de oppervlakte en baant zich een weg naar de rivier. Alarminstallaties gaan af, er is sprake van een noodsituatie en aanvankelijk denkt de geschrokken bevolking dat het riool is ontploft. Maar als het gerucht van de olievondst zich verspreidt, slaat de stemming om. Her en der wordt gedanst, elders is nog sprake van een panische uittocht van vluchtende bewoners. De chaos is compleet.
Maar als het stof is neergedaald overheerst de blijdschap. De aardolie brengt Portugal grote welvaart – en aan de keerzijde van milieuvervuiling wordt maar even niet gedacht. Internationale experts doen wetenschappelijk onderzoek naar de spectaculaire aardolie en buitenlandse werknemers knappen alle vuile klusjes op.
Er is energie in overvloed, de hele economie drijft op het zwarte goud. En dus is er geen enkele aanleiding om over te stappen op niet-fossiele energie. Terwijl overal ter wereld zonnepanelen, windmolens en waterkracht de energieproductie overnemen drijft de Portugese welvaart op jaknikkers en boortorens. Totdat er tenslotte niemand meer over is die de Portugese olie kopen wil. De economie stort als een kaartenhuis in elkaar en de president zit met zijn handen in zijn haar. Hij weet maar één uitweg: op een grote veiling verkoopt hij Portugal aan de meestbiedende. En daarna kiest hij het hazenpad. De president chartert een raket en landt in Rio de Janeiro, waar hij nog net kan deelnemen aan een uitzinnig multicultureel Carnavalsfeest, terwijl zijn land verder wegzakt in de misère.
Hol Land is een compositie waarin veel gehold en gebuiteld wordt, waar de sociaalkritiek wordt afgewisseld met pseudo-nostalgische herinnering aan de Portugese renaissance. De instrumentale muziek maakt even plaats voor elektronische klanken die het ene moment refereren aan de tonen van het orkest, het volgende moment is het een mix van nationale melodieën die samenvloeien tot de dikke brij waarin de buitenlandse mogendheden weerklinken en ook de herrie van de machines die de olie oppompen en verwerken.
“In de glissandi van de strijkers hoor je de olie stromen, de koperblazer verklanken de alarmsirenes na het uiteenspatten van de aardoliebron, in de houtblazers klinkt de vreugde van het volk dat in de straten danst,” licht Nuno toe. En ja, de combinatie van elektronische muziek met een symfonieorkest is gewaagd. Net als de bijzondere klanken die de orkestleden uit hun instrument tevoorschijn moeten toveren. Nuno: “Ik besef dat het best een uitdaging is, maar ik vind het nou eenmaal leuk om uitdagingen aan te gaan. En ik wil het orkest uitdagen om ambitieus te zijn. Ik hoop dat jullie er klaar voor zijn. Maar het allerbelangrijkste is dat jullie er lol in hebben om deze klanken te ontdekken – klanken die vermoedelijk nieuw zijn voor het orkest. En ik hoop met dit stuk een fleurige noot in het concertprogramma aan te leveren.”


Georges Bizet - Carmen suite no. 2
Bizets opera Carmen behoort tot de absolute publieksfavorieten van het klassieke repertoire. De kans is groot dat u al melodieën uit deze opera kent — zelfs als u nog nooit een operahuis van binnen hebt gezien. Na Bizets vroege dood stelde zijn vriend Ernest Guiraud twee orkestsuites samen uit de bekendste scènes van de opera, zodat de muziek ook zonder toneel, kostuums en dramatische intriges en zelfs zonder zangers haar werk kon doen. Verschillende instrumenten nemen de zanglijnen over, zoals de hobo, de eerste viool en de hoorn.
In deze suite volgt het ene muzikale hoogtepunt het andere. De zwoele Habanera laat Carmen verleidelijk en ongrijpbaar verschijnen, terwijl het beroemde Toreador de glitter en glamour van de arena oproept. Daartegenover staat de dromerige Nocturne, een moment van onverwachte kwetsbaarheid. En alsof dat nog niet genoeg is, eindigt de suite met de uitbundige Danse Bohème: de opzwepende ritmes zorgen voor een onweerstaanbare drang om mee te bewegen.
Wat deze muziek zo onweerstaanbaar maakt, is de combinatie van Franse elegantie en een kleurrijk, bijna filmisch beeld van Spanje. Passie, jaloezie, vrijheid en gevaar wisselen elkaar in rap tempo af. In nog geen twintig minuten trekt een hele wereld voorbij — vol sigarettenrook, smokkelaars, soldaten, stierenvechters en bovenal Carmen zelf: een van de meest onweerstaanbare figuren uit de muziekgeschiedenis.

